Column - Boefjes, bedankt!

Vroeger was het leven simpel. Je werkte bij een groot kantoor, en als je daar een beetje op kon klimmen dan deed je het goed. Status, geld en stress kwamen vanzelf.
 

Had je daar geen zin in, of redde je het niet, dan begon je gewoon je eigenkantoor, of sloot je aan bij een kleinere maatschap. Je eigen achternaam op de gevel, ook leuk. Maar echt meetellen, als één-, twee- of driepitter deed je natuurlijk niet.

Maar wat gebeurt er nu? ZZP’ers rukken op in de advocatuur. Grote kantoren formaliseren hun flexpool. Niche- en boutiquekantoren schieten als paddenstoelen uit de lucht. 

Wat is er nu wezenlijk aan het veranderen? Dat gaat natuurlijk over reputatie en imago van “de kleintjes”. Twee jaar geleden ‘waarschuwde’ Jan Loorbach er nog voor: eenpitters zijn een gevaar voor de advocatuur. Dat sloeg dan vooral op het gevaar van mindere of achterblijvende kwaliteit. Omdat er minder collegiale controle zou zijn. Omdat er nu eenmaal niet de budgetten voor vakkennis zijn zoals die er bij grotere kantoren wel zijn.

En nu? Nu lijkt het wel alsof ze ‘het nieuwe normaal’ worden, en soms, soms zie ik zelfs wel eens iets van een jaloerse blik bij advocaten die bij een groot kantoor (vast?) zitten…..

We zouden dit wel eens te danken kunnen hebben aan de opkomst van nichekantoren, gestart door de ‘boefjes’ van de grote Zuidas-kantoren, die samen met een paar partners van naam voor zichzelf zijn begonnen. Zij veranderden de regels van het spel. Groot concurreert niet automatisch meer alleen met groot, maar ook met klein. En klein blijkt prima instaat om dezelfde, en op sommige punten misschien nog wel betere, kwaliteit te leveren.

Waar gaat dit heen? Natuurlijk is het koffiedik kijken, maar een paar mogelijke modellen die op deze ontwikkeling voort borduren zie ik wel voor me:

  • De flexibilisering zet nog veel verder door. Er ontstaan professionele marktplaatsen, waar vraag (bedrijfsleven) en aanbod (juristen) elkaar vinden rond een vraagstuk of piekbelasting. Je bent geen kantoor meer, maar een persoon met specifieke kennis of vaardigheden, die per vraagstuk ingehuurd kan worden. 
  • Outsourcing gebeurt nu vooral binnen Nederland, maar gaat ongetwijfeld ook meer gebeuren naar het (goedkopere) buitenland. Legal Proces Outsourcing is in de VS en Groot Brittannië natuurlijk al vergevorderd. Wist u dat de Filipijnen een behoorlijk westerse cultuur kennen, waar heel veel hoogopgeleide mensen wonen die vloeiend Engels spreken? 
  • Worden flexpools nu vooral ingezet binnen grotere kantoren, we zien ze ook nog wel ontstaan voor kleinere kantoren. Misschien minder om piekbelasting op te vangen, maar juist wel om te kunnen voldoen aan de kwaliteitseisen die klanten steeds meer stellen. De meeste advocaten snappen echt wel dat het soms verstandiger is om iets niet zelf te willen doen. 
  • Er ontstaan professionele samenwerkingsverbanden. Flexwerkers en éénpitters organiseren zich. In de vorm van een shared service center, inkoopcombinatie, franchiseformule of anders. Want is het eigenlijk niet bizar, dat éénpitters, inmiddels ruim 52% van alle advocatenkantoren, elke keer weer zelf het wiel opnieuw uitvinden?

U zult niet alles zien gebeuren, en dat hoeft ook niet. Maar dat de concurrentieverhoudingen binnen de advocatuur de komende tijd nog meer gaan veranderen, bent u vast met ons eens. Bedankt, boefjes van de Zuidas.